Een sportend lichaam

Een sportend lichaam: de drie motoren.

Om inspanningen van langere duur dan enkele seconden te doen beschikt ons lichaam over 3 motoren. De reden hiervoor is dat voor de 3 niveau’s van inspanning (licht, matig, zwaar) een andere motor het werk gaat doen (motor 1, motor 2, motor 3). Dus stel dat je vanaf rust begint te lopen en je versnelt tot maximale snelheid, dan zal eerst motor 1 de energievoorziening bewerkstelligen, wat later motor 2 en tenslotte bij zware intensiteit motor 3.

                         licht                             matig                               zwaar                                      

rust   ------------------------------------------------------------------------------------------------------------> max. (vermogen, hartslag)

                  aërobe vetverbruik //aërobe glucoseverbruik//anaërobe glucoseverbruik

                       (=motor 1)               (=motor 2)                    (=motor 3)                                                                                                         

Deze drie motoren overlappen. Maar de hoofdleverancier van de nodige energie is zoals hierboven beschreven. Deze blokken verschuiven constant tov elkaar én tov de hartslaglijn én vermogenlijn. Dus er zijn 5 onafhankelijke factoren die constant ‘glijden’ tov elkaar (3 motoren, hartslag, fietsvermogen/loopsnelheid). Dat is zéér belangrijk dat je dat begrijpt. Er is géén constante relatie tussen deze factoren, dit kan van dag tot dag verschillen. Factoren zoals vermoeidheid, slaap, stress, getraindheid, voeding, etc kunnen dit beïnvloeden.

Motor 1 gebruikt als brandstof vet en geeft quasi geen afvalstoffen. Dus om vetten te verbruiken moet je deze trainen. Alles wordt afgebroken tot H20 (water) en CO2 (koolzuurgas, wordt uitgeademd).

Motor 2 gebruikt als brandstof glucose en geeft eveneens H20 EN CO2 als afvalstoffen..

Motor 3 gebruikt als brandstof dezelfde glucose als motor 2 maar kan deze véél sneller verbranden (dus geeft véél meer energie per tijdseenheid). Dit heeft echter twee grote nadelen: de opbrengst per glucosemolecuul is ongeveer 15 keer lager én er wordt melkzuur als afvalstof geproduceerd (en dus géén H2O en CO2). Dus de glucosevoorraad gaat zeer snel verdwijnen én het melkzuur gaat de spierwerking blokkeren..

Wat is nu ‘licht’, ‘matig’ en ‘zwaar’? Daar kunnen we perfect een hartslag en een vermogen (igv fietsen) op plakken. Voor het lopen kan je er een snelheid op plakken, maar heel wat factoren kunnen deze beïnvloeden (type ondergrond, schoeisel, ..).

 

Voor de analyse van deze 3 motoren zijn er verschillende testprocedures: de 2 meeste correcte zijn die op basis van melkzuur (lactaat) en analyse van de ademhalingsgassen. Er zijn ook heel wat verschillende protocols met elk hun eigen specifieke voor- en nadelen.

  • Melkzuurtest: deze test is gebaseerd op de hoeveelheid melkzuur die in je bloed terecht komt. Deze testen bestaan al verschillende decennia, ik doe ze al bijna 30 jaar. Ze hebben echter enkele grote nadelen: zoals je hierboven ziet wordt er enkel de afvalstof van motor 3 gemeten en zegt het niks over het vermogen van motor 1 en 2. We lijden dat wel af uit een aantal kenmerken van de curve maar er zijn vele factoren die dit kunnen beïnvloeden.
  • Gasanalyse-test (ergospirometrie): de laatste jaren is de apparatuur om de in- en uitgeademde gassen te analyseren sterk verbeterd. Hiermee kunnen we seconde per seconde vanaf het begin van de test zien welke motor het werk aan het doen is en voor hoeveel %. Dus we kunnen exact het vermogen van de drie motoren bepalen, en dit obv een rechtstreekse analyse van de energiesystemen die achter deze drie motoren schuil gaan. Dit geeft véél  correctere gegevens van de eerste twee motoren en dat zijn juist de belangrijkste die we willen analyseren tijdens een inspanningstest. Daarenboven kunnen we met deze test een longfunctietest in rust en tijdens inspanning doen waarmee we inspanningsastma en ‘verkeerd ademen’ kunnen opsporen. Dus deze test heeft vele voordelen tov een gewone melkzuurtest.

Wat is nu het doel van deze test?

  • Lichamelijk: wij kijken bij elke test luchtwegen en hart na op eventuele aandoeningen zoals astma, inspanningsastma, verkeerd ademen (‘dysfunctional breathing’), hartafwijkingen, ...
  • Conditioneel: analyse van de kracht van elke motor, en hoe je best traint om motor per motor te versterken ngv het doel dat je wil bereiken.

 

Veel sportgenot!

Dr. Van der Mieren Kris